Terwijl Wordt het ooit weer licht? in quasi alle boekhandels in Vlaanderen lag, kreeg het donker […]
Dat het zo lang geduurd heeft om 2018 in woorden te vatten, is alleen maar een goed teken!
Als ik wat ik voelde in woorden uit mijn hoofd kon halen, was het al de helft minder erg omdat het voor mij dan tastbaar werd in plaats van iets vaags in mijn hoofd.
Soms zou het geweldig zijn in de toekomst te kunnen kijken... All will be well, but only time will tell.
Het was een hele oefening om zelf opnieuw de balans te vinden én tegelijkertijd te schrijven over dat wat mij zo diep getrokken heeft.
Voor ze in slaap viel, keek ze naar me op, minutenlang recht in mijn ogen, met haar arm in de mijne gehaakt. Zou ze het voelen...
In het begin moest ik niets van haar weten. Wat moet ik nu met haar aanvangen? Haar negeren, leek toen de beste oplossing. Dat lukte aardig, tot ze zich écht helemaal geïnstalleerd had.
Toen ik afgelopen week achter de schermen stond te ijsberen, kwam er maar één ding in mij op...
Ik probeerde paniekerig en wat onhandig alle draad weer bij elkaar te rapen voordat hij vuil zou worden, iemand erop zou trappen of zou zien dat het allemaal in de war zat. Tevergeefs.
Op mijn hart zit een zwart stipje. Soms is het maar zo klein als een speldenkopje en andere dagen lijkt het eerder op de dikke vlek die een alcoholstift wel eens onbedoeld achterlaat.
Een stapel briefjes kan ik iedereen tonen, maar de betekenis erachter, die lange weg waar ik zo trots op ben, dat bleek veel moeilijker...
Er zijn geen woorden voor een rollercoaster als deze. Het is zoals het is en voorlopig is dat goed genoeg en soms zelfs meer dan dat...
Haar eerste vraag was met welk gevoel ik deze keer naar haar toegekomen was. Een vraag […]
Niet veel mensen merken het verschil tussen mijn licht en donker. Geen wonder, want geen enkele […]
Op mijn zwart-wit palet viel uit het niets ook af en toe een druppel verf: roze van de bloesems die ik vorig jaar niet zag, warm rood van de schaterlach van mijn lieve dochter die morgen vier (!) wordt, staalblauw van de lucht die nu wel oneindig lijkt, zachtgroen van de knuffels van mijn kleine meid die me tot rust brengen.
In al die ogen zie ik een toekomst. In al die ogen ontmoet ik mezelf. Zij zien wat ik soms nog niet zie. Zij verlichten als het weer eens donker wordt.
Zij had het al lang, maar ik voelde het niet. Of we samen konden proberen, vroeg ze.