88. Het regent broers en zussen

Niet alleen loopt mijn jongste voortdurend “het regent, het regent…” te zingen, ook ik zit er deze week te vaak om een heel andere reden mee in mijn hoofd. Het regent de laatste tijd halfbroers en halfzussen voor veel mensen in Nederland. Mensen die al lang in de Fiom KID-databank stonden, hoorden ineens en masse het nieuws dat ze aan elkaar gematcht waren.

Ik zou echt niet graag in de schoenen gestaan hebben van een van de mensen die op maandag telefoon kreeg met de mededeling dat ze wel 18 halfbroers en -zussen hadden gevonden. Voor een bepaalde groep hing er als surplus ook nog de mededeling aan vast dat ze van de fertiliteitsarts zelf zijn. Met 19 kinderen in totaal zijn ze nu al, de bevestigde “donor”kinderen van Karbaat en daar zal het lang niet bij blijven…


(Dat lachje van hem, echt…)

Ik had me aan het begin van de week voorgenomen er niet te veel woorden aan vuil te maken. Men schildert Karbaat en zijn kliniek in Barendrecht vaak af als een alleenstaand geval, maar nu vandaag bleek dat ook in andere ziekenhuizen een loopje genomen wordt met de waarheid (en het maximum aantal kinderen per donor), ontken ik het niet meer, dit alles raakt mij heel diep.

Eerst dacht ik nog, het heeft niet echt iets met mijn zoektocht te maken, maar toen betrapte ik me erop dat ik liefst van al ver weg zou kruipen van al dat nieuws. Al wie de melding van halfbroers en -zussen kreeg werd gefeliciteerd in de groep (uiteindelijk verlangen we daar allemaal naar), maar iedereen erkent ook hoe moeilijk het moet zijn om plots met zoveel bloedverwanten geconfronteerd te worden. In Nederland ligt het wettelijke maximum op 25 kinderen per donor (serieus aan de hoge kant als je het mij vraagt). In België mag één donor “slechts” voor zwangerschap(pen) bij zes verschillende vrouwen gebruikt worden. Rekening houdende met het feit dat men vaak ook nog voor een tweede en derde kind van dezelfde donor kiest, loopt het aantal hier toch ook al op tussen de 10 en 20 (aangenomen dàt men zich aan de regels houdt!)

Heel wrang dus, dit. Elke halfbroer of -zus erbij is een stukje van de puzzel, maar op hetzelfde moment ook een bewijs hoe ongeregeld het er in de fertiliteitswereld aan toe gaat. Elk donorkind dat er een beetje mee bezig is, stelt zich bij dit nieuws dus onvermijdelijk de vraag: “Hoeveel zou ik er hebben?”

Ik zelf word er boos en bang van. Boos omdat ik echt niet kan begrijpen dat artsen (vroeger?) dachten dat het allemaal niet zoveel uitmaakte en dat het niet zou uitkomen. Men heeft geen seconde stilgestaan bij de kinderen die verwekt werden. Mijn argwaan ten opzichte van de Belgische fertiliteitswereld schiet de hoogte in, want deze feiten in Nederland komen nu pas – 13 jaar nà afschaffing van de anonimiteit- aan het licht en zélfs daar zijn we in België nog niet… Hoog tijd, want zolang dit niet beter geregeld is, is er speelruimte voor bedrog. Belangrijke kanttekening hierbij is dat het hier niet gaat om gesjoemel met geld, maar om gesjoemel met mensenlevens… Hoe lang gaat België er nog zo los mee omgaan? Waar blijft de correcte wetgeving?

Bang ben ik ook, want ondanks het feit dat ik ijverig op zoek ben naar halfbroers en/of -zussen besef ik ook dat het erg complex kan worden. Ik ben bijna dertig, maar kan eigenlijk elke dag grote of kleine zus worden van iemand (of een groep?) die ik nog nooit heb ontmoet. Hoe bouw je een band op met pak weg 20 mensen, die eigenlijk zo’n groot deel van je leven zouden kunnen uitmaken, maar tot nu toe ontbraken? Hoeveel van hen wéten zelfs niet dat ze op deze manier verwekt zijn, maar voelen het misschien toch een beetje aan? Hoe begin je aan een zussenrelatie als je al zoveel van elkaars leven gemist hebt? Waarschijnlijk beetje bij beetje probeert iedereen er beetje bij beetje het beste van te maken, maar geef toe, hier is gewoonweg geen handleiding voor…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *