75. Bedelen

Toen ik vanmorgen zat te bedenken wat ik nog zou kunnen doen om dokter B. te kunnen spreken, gingen er een miljoen een aantal dingen door mijn hoofd.

  1. Het is niet eerlijk hoe hard donorkinderen moeten bedelen om informatie,  moeten smeken om gehoord te worden en hoe vaak er een deur in ons gezicht wordt dichtgegooid.Beg
  2. Dokter B. denkt vermoedelijk dat hij door zijn laatste aangetekende brief aan mijn ouders met daarin de weigering om het medische dossier te geven, dit “geval” kan klasseren.
  3. Mijn laatste mail waarin ik de dooddoeners die hij gebruikte vriendelijk probeerde te weerleggen bleef onbeantwoord.
  4. Moet ik me daar nu bij neerleggen of blijf ik hem zijn leven lang met klokvaste regelmaat hetzelfde verzoek om een gesprek sturen?
  5. Maak ik een afspraak bij hem? Dat voelt wederom als bedelen, maar ik zou hem graag met mijn vragen  confronteren.  Ik acht de kans groot dat hij me direct de deur zou wijzen. Ik vraag me dan wel af met welk gevoel ik daar zou buitenkomen… Ik gok op onbetekenend en met nog veel meer vragen
  6. Niemand zou zoveel macht mogen hebben om iemand anders zo klein te maken. Mijn leven is evenveel waard als het zijne en daarom geef ik niet op, laat ik niet los.
  7. Ik stuur dus mijn laatste mail -hoewel ik weet dat hij die al eens gelezen heeft- opnieuw, in de hoop dat hij vanzelf inziet dat hij een conversatie met mij niet uit de weg kan blijven gaan.

Zo, zou koppigheid en vastberadenheid ook erfelijk zijn?

Geef een reactie