19. Kinderen worden groot.

Ik vind het gek -al helemaal nu ik bijna de 30 bereik – mezelf als donor’kind’ te (moeten) bestempelen. Op Engelstalige websites lees ik naast ‘donorchildren’ ook vaak de term Donor Conceived Adult / Person / Individual maar in het Nederlands, Frans (enfant de donneur) en Duits (Spenderkind) blijven we hangen bij de term ‘kind’. Donorvolwassene klinkt waarschijnlijk een beetje te gek, maar ik stel voor dat we er toch eens over nadenken.

In landen waar het donordebat openlijk gevoerd wordt en volwassen donorkinderen echt een stem gekregen hebben, spreekt men over “donor conceived people”. Sommige mensen reageren er zelfs verontwaardigd als er een oproep gelanceerd wordt waarbij men op zoek gaat naar “donor conceived children” en ergens hebben ze wel gelijk.

Op het eerste gezicht is er niets mis met de term donorkind, want uiteindelijk blijven we ons leven lang een kind van iemand. Hoe komt het dan dat ik soms toch een dubbel gevoel heb bij dit woord? Ik ben een talenmens en de manier waarop over bepaalde zaken gesproken wordt en de woorden die gekozen worden in dit debat zijn wel degelijk van belang.

b8dl5uvccaawv2d_

Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat volwassen donorkinderen nog te vaak klein worden gehouden. Ze worden gevraagd niets te vertellen aan anderen over hun “afkomst”, ze mogen (in België althans) niets weten over die andere 50%, ze worden buiten de gesprekken gehouden (die nota bene over henzelf gaan!) en mogen al zeker niet protesteren of hun ongenoegen uiten. Iets wat donorkinderen bovendien vaak te horen krijgen, is dat ze dankbaar moeten zijn dat ze bestaan. Dankbaarheid verwacht je van een kind dat een snoepje krijgt.
Er is altijd wel een “volwassene” die met de vinger zwaait en beweert dat we een industrie die veel mensen helpt in gevaar brengen. Want ja, hoe moet het dan verder als we de anonimiteit afschaffen? (Dan wordt plots wel een vraag gesteld aan een ‘kind’.) Het werkt behoorlijk infantiliserend (soms zelf culpabiliserend?), alsof we geen recht hebben op een stem. Is het dan gewoon beter voor de fertiliteitsindustrie om de kop in het zand te steken en verder te doen zoals ze tientallen jaren geleden begonnen zijn? Is het aan ons om de problemen die mogelijks zouden ontstaan op te lossen? Moet niet elk systeem na verloop van tijd de reflex hebben om de werking ervan te toetsen aan het welzijn van àlle betrokkenen?

Kinderen worden groot, ook al heeft de fertiliteitsindustrie daar vroeger nauwelijks (of niet?) bij stilgestaan. Als er maar een baby gemaakt werd, toch? Wel, geloof het of niet, KID-kinderen (al doet de naam tweemaal iets anders vermoeden) worden ook groot. Onze stem telt even hard – zo niet zelfs harder – dan die van de fertiliteitsindustrie. Wij zijn tenslotte de kinderen die volwassen werden en nu vragen hebben. Wat moeten we doen opdat er naar ons geluisterd wordt?

 

 

7 thoughts on “19. Kinderen worden groot.

Geef een reactie