9. What are the odds?

Toeval wil dat vanavond The Parent Trap te zien was op VIJF. Deze familiekomedie was mijn absolute lievelingsfilm toen ik tien jaar was. Het sprak enorm tot mijn verbeelding, ergens nog een broer of zus hebben en die dan ook per toeval tegen het lijf lopen… What are the odds?

Nu ik weet dat ik een donorkind ben, is dit iets wat mij nog meer bezighoudt. Ik kan de keren dat ik met iemand verward werd al niet meer op één hand tellen. Mensen die mij vroegen: “He, jij was daarstraks toch in de Veldstraat? […] Nee? Ze leek nochtans als 2 druppels water op je!” of “Jullie zouden wel zussen kunnen zijn!”. Een ‘unheimliches Gefühl’ bekroop mij dan telkens. Ik wist toen zelfs nog niet dat het eigenlijk perfect mogelijk zou zijn.

Dit aspect van donorkind zijn, is – misschien op een gedeelde plaats met de grote onbekende donor – het vermoeiendste en meest mind twisting. Als donorkind zou je je eigenlijk ook bij je partner moeten afvragen of die ook niet stiekem – misschien zonder het zelf te weten – een donorkind is. Ik hoor je nu denken: “Ja maar die kans is toch behoorlijk klein?”.  Ja, maar ze is er. Mind twisting.

Donorkinderen die van een internationale spermabank (bv. Cryos International in Denemarken, ook niet vrij van schandalen trouwens) afkomstig zijn, kunnen tientallen halfbroers en -zussen over de hele wereld hebben. ‘Gelukkig’ beperkt mijn zoektocht zich tot België (hoop ik). Toch blijft de onwetendheid waarin we verkeren vermoeiend. Er zijn natuurlijk ook donorkinderen die helemaal niet nieuwsgierig zijn naar andere bloedverwanten, maar ik heb evengoed al met veel donorkinderen kennis gemaakt die net als ik het automatisme hebben om mensen te ‘scannen’.

Dat het hebben van veel halfbroers en -zussen helemaal niet zo onwaarschijnlijk is, werd in Nederland al bewezen in het programma Spoorloos. In 2015 deden Bjorn, Fien en Maaike een oproep en dit bracht heel wat teweeg. Zij kennen inmiddels hun donor en weten dat hij gedurende 20 jaar in verschillende klinieken wekelijks doneerde. Hierdoor kan hij dus de biologische vader kan zijn van 200 kinderen.  De groep van 35 blijft maar groeien en ze noemen zich nu ‘de Halfjes’. Onlangs was een deel van deze groep te zien in de NPO1 talkshow Pauw

In België is er geen centraal register. De Belgische ziekenhuizen houden wel bij welke donoren bij wie gebruikt worden, maar wat ontbreekt is de communicatie tussen de verschillende Belgische ziekenhuizen. Dit maakt dat het dus ook hier perfect mogelijk is dat er meer kinderen per donor verwekt werden/worden(?), dan wettelijk eigenlijk toegestaan.

Wat ik precies verwacht van de eventuele halfbroers of -zussen die ik in de toekomst zou kunnen vinden, weet ik nog niet precies. Eens samen een koffie (met melk, jij ook?) gaan drinken in ieder geval. Klikt het, dan is het een verrijking in mijn leven. Klikt het niet, dan heb ik het toch maar geprobeerd.

“Maybe it won’t work out. But maybe seeing if it does will be the best adventure ever.” (Unknown)

Geef een reactie