5. Waarom?

Omdat verder zwijgen niet OK zou zijn. Met mijn zwijgen zou ik instemmen met het huidige beleid en dat doe ik niet. Het is absoluut niet mijn bedoeling om anderen te kwetsen, maar ik wil wél mijn verhaal brengen en ik hoop dat het tot nadenken zal stemmen.

Je hoort wel eens (ook uit de mond van fertiliteitsartsen) dat het “toch maar een celletje is”. Met zo’n uitspraak gaat men gewoon voorbij aan het belang van genetica. Dat ene celletje zorgt voor 50% van het genetisch materiaal en je genen  bepalen toch voor een deel wie je bent. Niet alles kan verklaard worden door ‘nurture’. Het is onvermijdelijk dat je je afvraagtwaar bepaalde (karakter)trekken die je niet bij je ouders ziet vandaan komen. Ouders kunnen voor zichzelf uitmaken dat het ‘maar’ een cel of een (anonieme) donor is en dat het niets te betekenen heeft. De kern van de zaak is echter dat het er net niet om gaat wat de ouders ervan vinden en hoe zij ertegenover staan, maar wél om wat de kinderen er later van zullen denken en hoe zij hiermee zullen moeten omgaan…

Er zijn naar schatting 50.000 Belgische donorkinderen. Niemand kent het precieze aantal omdat er in België geen centraal register bestaat. Doordat in België (in tegenstelling tot in Nederland) ook nog steeds de anonimiteit van de donor belangrijker geacht wordt dan de identiteit van het kind, is het ook perfect mogelijk dat er meer kinderen per donor verwekt worden dan wettelijk toegelaten. Er is géén controle. Bovendien is ook niet duidelijk hoeveel donorkinderen effectief ook wéten dat ze een donorkind zijn. Naar schatting -men kan dit natuurlijk niet nauwkeurig onderzoeken – leeft 80 à 90% van de eerste generaties donorkinderen in een leugen…
In Nederland komen nu meer en meer wanpraktijken aan het licht waarbij je niet meer kan ontkennen dat het mogelijk zou zijn verliefd te worden op een halfbroer of halfzus zonder dit te weten. We gaan toch niet zo naïef zijn te denken dat het er hier in België anders aan toe gaat?

img_20160610_181213Van een simpel eitje in de supermarkt is het eenvoudiger de herkomst te achterhalen dan van een donorkind verwekt in een fertiliteitskliniek. Absurd toch? Als donorkind van de jaren ’70 of ’80 is het quasi onmogelijk om informatie te vergaren. Dossiers werden verbrand, e-mails of telefoontjes worden niet beantwoord… Je voelt je een bedelaar om je eigen puzzelstukjes. Ergens in Brussel ligt er misschien nog een dossier met informatie die voor mij relevant zou kunnen zijn, maar ik heb daar geen recht op, ik mag dit niet opvragen. Dàt is ontzettend frustrerend.

De documentaire Anonymous father’s day laat andere volwassen donorkinderen aan het woord. Barry Stevens (°1952), een van de eerste donorkinderen, stelt hierin onder meer het volgende:

“I don’t think that a government or a clinic or a doctor has a right to withhold significant information from a person about that person. It seems to me the stuff of the KGB or a totalitarian state. “

De nagel op de kop wat mij betreft…

 

Geef een reactie